close
  • maandag 30 november
Reizen

Het ware outdoor leven vind je niet op een camping, waar dan wel?

Het ware outdoor leven vind je niet op een camping, waar dan wel?

Ingrid avatar - Geniet van het leven

De gemiddelde Nederlander zoekt in zijn vakantie het buitenleven op. Althans; dat voelt dan zo. Maar het heeft niets te maken met het ware outdoor leven dat Ursula leidt. Dat gaat er een stuk basaler aan toe en heeft met het campingleven niets te maken. Een verhaal over vrijheid, natuur, reizen en jezelf uitdagen. In gesprek met een no-nonsense type en de liefde voor Noorwegen. 

Ze woont in een boshuis met een houtkachel, heeft geen televisie en zwemt iedere morgen in de vijver. Ze heeft zes rugzakken, vijf tenten, twee slaapzakken en drie matjes. Een greep uit haar professionele kampeeruitrusting die ver af ligt van wat de gemiddelde Nederlandse kampeerder op zolder heeft liggen. Bij haar ligt het overigens niet op zolder, want ze moet à la minuut weg kunnen.

‘Het voelt niet als reizen, maar als leven’

“Voor mij voelt het op pad gaan niet als reizen, maar als leven. Vorige winter ging ik zeven weken fietsen in Chili, daarvoor ben ik in Nepal geweest, Egypte, Patagonië. Naar Noorwegen ga ik regelmatig. En altijd wil ik niet alleen de natuur in en het land door, maar ook zoveel mogelijk leren over de cultuur.”

Onbezorgd

’s Morgens om zes uur opstaan en om zeven met een volgepakte rugzak de dag in lopen is voor haar het mooiste dat er is. “Dat noem ik het onbezorgde bestaan. Met vrijheid heeft het voor mij niets te maken, want ik voel me in mijn huis in IJhorst ook vrij. Nee, het gaat om dat onbezorgde gevoel. Als je na dertig kilometer wandelen buiten voor je tent een potje kookt en dan een hap aardappelpuree neemt, waardeer je dat zo! Dan is de droogste cracker nog lekker. Daar hoeft echt niets op. Het is díe ervaring die me gelukkig maakt.”

‘Terwijl al mijn vriendjes gingen surfen, wandelde ik met een eigen rugzakje op van hut naar hut’

Eenvoud of populair gezegd ‘back to basic’ is haar motto. Op al haar reizen, en dat zijn er heel wat, heeft ze altijd voor de meest eenvoudige vorm van verblijf gekozen, in de natuur en het liefst in een tent. Niet omdat het zo nodig moet, maar omdat het haar past. Van jongs af aan was ze al een buitenkind dat niet veel meer dan de natuur nodig had om zich te vermaken. “Ik was op mijn tiende al lid van een natuurvereniging en terwijl al mijn vriendjes gingen surfen, wandelde ik in de vakanties met mijn ouders met een eigen rugzakje op van hut naar hut in de Oostenrijkse of Zwitserse bergen.”

Pipowagen

Na schooltijd speelde ze tussen de schapen, bouwde hutten, liep met takken te slepen. “Dat lag voor de hand op een plek als deze.” Ze wijst naar de bomen en de zwemvijver die pal voor haar in traditionele Scandinavische sfeer ingerichte woning liggen. Een terrein waar ook een pipowagen staat waar je het hele jaar in kunt logeren als je het houtkacheltje flink opstookt en een hut met een met sedum bedekt dak dat binnenkort dienst doet als theehuis voor voorbij fietsende toeristen die ’s zomers een stop willen maken. Op het hele terrein treffen we van boomstronken en ijzer gecreëerde kunstwerken en achter de hut staat een pas opgespannen huid op een stuk hout, geschikt om er een sjamanistische trom van te maken. Er hangen er al heel wat aan de houten wanden van haar huis.

Hier groeide ze op. Haar ouders, nog altijd woonachtig in een woning op hetzelfde terrein, creëerden met eigen handen vanaf de jaren zeventig deze idyllische plek. Haar broer woont inmiddels elders. “Ik heb het hier altijd heerlijk gevonden, maar ik wilde als jong meisje natuurlijk ook die surfplank en met mijn vriendjes mee. Maar die surfplank kreeg ik niet. Mijn ouders vonden het maar een tijdelijke bevlieging. Mijn vader, een vooruitstrevende architect in die tijd, wilde daar niet in investeren. Dat was een bewuste keuze, net zoals hij weigerde een stropdas te dragen naar zijn werk.”

‘Dat hij kruidenthee te drinken kreeg en dat we de onderzetters opvraten, vond hij vreemd’

“Toch waren mijn ouders niet echt hippies. Wel maakten ze een omslag in hun levenswijze toen mijn moeder in 1976 borstkanker kreeg en ze er voor kozen om anders te gaan eten. Het Moerman dieet was in die tijd hét alternatief en ook wij gingen om. Er kwamen boekweit, gierst en havermout op tafel en vlees werd afgezworen. Ik was zes jaar en vond dat niet gemakkelijk. Ik was een buitenbeentje tussen al die kinderen van de boerderijen om ons heen. Ik droeg Birckenstocks, zie je het voor je! Er kwamen heus wel vriendjes bij ons spelen, want we woonden natuurlijk fantastisch, maar laatst nog, bij een reünie van school, vertelde een klasgenoot dat hij het bij ons altijd wel leuk vond, maar dat hij bij ons kruidenthee te drinken kreeg en dat we de onderzetters opvraten, vond hij vreemd. Die onderzetters overigens, dat waren rijstwafels. Nu heel normaal, toen niet.”

Israël

Na de middelbare school koos Ursula voor de MTS in Zwolle. ‘Ik wilde iets met mijn handen gaan doen. Ik maakte al mijn eigen kleding, maar ik wilde ook met andere materialen kunnen werken zoals met hout.” Een half jaar school-stage bij een bouwkundig project in Israël bracht de ommekeer in haar bestaan. “Ik werd enorm gegrepen door de andere cultuur en verdiepte me daar ook in. Die andere levenswijze fascineerde me. De passie van die orthodoxe Joden voor het geloof bijvoorbeeld. Toen ik examen had gedaan, ben ik teruggegaan als vrijwilliger, gewoon in mijn eentje.”

‘Terwijl andere mensen moeite hadden met de primitieve wijze van leven, deed ik dat met twee vingers in de neus’

De daaropvolgende jaren ging Ursula vooral reizen. Niet alleen naar Israël, maar ook naar Noorwegen waar ze seizoenswerk deed op boerderijen, vrienden maakte en ook daar bijzondere ervaringen in de natuur opdeed. “Ging ik mee op rendierjacht, op een paard met een rugzak op en een geweer in mijn hand.” Ze ging er herhaaldelijk terug en schroomde niet om dagenlang in haar eentje de natuur in te trekken. “Als ik vier dagen werkte, kon ik drie dagen op pad. Daar leefde ik voor.”

Ze reisde naar Australië, Nieuw Zeeland, Spitsbergen, IJsland. Tussendoor kwam ze terug naar Nederland waar ze haar ouders bijstond in de inmiddels door haar vader op het terrein gebouwde sauna en ze stond een dag in de week op de markt met planten. “Tijdens de reis naar IJsland heb ik ervaren hoe sterk ik was geworden door het wild kamperen en mijn eerdere tochten door bijvoorbeeld Noorwegen. Terwijl andere mensen moeite hadden met de primitieve wijze van leven, deed ik dat met twee vingers in de neus. Het kostte me geen enkele moeite een zware rugzak te sjouwen, simpel te koken of in een tentje te slapen bij behoorlijk lage temperaturen. Ik was niet moe te krijgen en het gaf me de ‘drive’ om voor een zwaarder niveau te kiezen. Mezelf meer uit te dagen.”

Reisbegeleider

Haar volgende reis deed ze niet als individueel reiziger. Ze werd gevraagd om als reisbegeleider bij Himalaya Tracking aan de slag te gaan. Er volgden reizen naar onder andere Nepal. “Nog voor Nepal reisde ik eerst met een gezelschap af naar Groenland. Met volledige bepakking, eten voor vijf dagen en twintig kilo bagage op mijn rug, reisden we van dorpje naar dorpje. 24 uur per dag buiten. Niet gedreven door de tijd, alleen met de elementen. En blij zijn met een plekje uit de wind achter een steen. Dan voel je pas echt de zonnestralen op je gezicht. Dan koester je dat. Moet je je voorstellen dat je je wast met ijskoud water uit een beekje, een schoon shirt aantrekt, je jas weer aandoet en je muts over je hoofd trekt. Dan zit je even later voor je tentje met een gloeiende huid van die wasbeurt. Met alleen maar natuur om je heen. Dat is de kick. Mijn kick.”

‘Ik heb delen van de 3500 kilometer lange Appalachian Trail in het oosten van de Verenigde Staten gelopen’

Noorwegen is het land waar ze vaak is en dat haar het meest emotioneert. “Natuurlijk zou ik er wel willen wonen. Ik heb iets met het land, de natuur, de Noren. Het zijn zulke pure no-nonsense types. Daar houd ik van. En ik spreek een woordje Noors. Nu ik tegen de vijftig loop, besef ik echter meer en meer dat ik door in een ander land te gaan wonen, ook iets moois moet achterlaten. Het loslaten van deze plek, midden in de Overijsselse natuur, is een grote stap. Als vrouw alleen in Noorwegen, ik weet het niet. Er zou dan geen enkel vangnet zijn, van geen partner, geen maatje.

Na mijn vijftigste

Ik koester nu meer en meer mijn vaste plek. Ik heb veel ervaringen verzameld en heb spullen om me heen die mij aan die ervaringen herinneren. Ik heb mijn werk bij Bever, een winkel voor sport- en outdoorartikelen, en geef regelmatig lezingen over mijn reizen. Die baan bij Bever past me als een jas. Ik kan mensen alle ins en outs vertellen over de waarde van goeie spullen om er op uit te gaan. En het zal je niet verbazen dat ik er al zo’n vijftien jaar een 0-uren contract heb. Kan ik zo weer weg. Want er is nog een wens. Ik heb ooit delen van de 3500 kilometer lange Appalachian Trail in het oosten van de Verenigde Staten gelopen. Die wil ik nog eens helemaal uitlopen. Eerst wilde ik dat voor mijn 45ste. Dat is niet gelukt. Dat wordt dus na mijn vijftigste.”

Foto Ursula: Jarno Fotografie

Andere foto’s: stock

(Dit portret verscheen eerder in de serie Scandinavische Decemberdagen).

Geschreven door: Julia van Bohemen

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook