close
  • maandag 10 augustus
Algemeen

Hoe Nederlands zijn onze symbolen zoals tulpen en klompen eigenlijk?

Hoe Nederlands zijn onze symbolen zoals tulpen en klompen eigenlijk?

Vraag een toerist om ons land te beschrijven en hij zal komen met tulpen, klompen en windmolens. Die zijn ook typisch Hollands zou je zeggen, maar niets blijkt minder waar. Veel van de dingen die wij als representatief voor Nederland zien, komen namelijk uit het buitenland. De tulp bijvoorbeeld.

Tulpen komen oorspronkelijk uit Turkije, toen nog het Ottomaanse Rijk. De naam van de bloem was tulipan, dat letterlijk tulbandbloem betekende. In het Westen werd tulipan als een meervoudsvorm gezien en het enkelvoud werd dan ook tulip. In de zestiende eeuw kwam de tulp naar ons land. De Franse botanicus Carolus Clusius plantte eind vijftienhonderd tulpen in de tuin van de Leidse universiteit. De bloemen waren zo populair, dat ze zelfs uit de hortus gestolen werden. Er zijn in de loop van de tijd talloze nieuwe soorten gekweekt en Nederland is nog altijd de grootste tulpenproducent van de wereld. Maar  logo’s van Turkije en Istanbul waarin ‘onze’ tulipa prijkt, maken de herkomst pijnlijk duidelijk.

De kroket

Twee  sneetjes broodjes of een patatje met een kroket. Kom daar in het buitenland maar eens om. Toch komt de snack oorspronkelijk uit Frankrijk. In een kookboek van de kok van Lodewijk de Veertiende uit 1705 stond al een recept voor ‘croquets’. Die eerste kroket had de afmeting van een ei, werd gepaneerd en gefrituurd, maar in de vulling ontbrak de bechamelsaus. De oudste recepten uit Nederland zijn van 1830. De status van de kroket is trouwens flink gedaald sinds die tijd. Kroketten werden in het begin van de twintigste eeuw nog geserveerd als tussengerecht in een uitgebreid menu, na de soep en voor het hoofdgerecht. Na de tweede Wereldoorlog was de kroket nog weinig meer dan een snack.

Draaiorgels

Langzaamaan verdwijnen de draaiorgels uit het straatbeeld, onder andere omdat steeds minder mensen contant geld bij zich hebben. Voor sommigen een zegen, anderen vinden het jammer, want gezellig. Het is met een draaiorgel een beetje ‘you love it or you hate it’. Het pierement wordt als typisch Hollands beschouwd. Het staat zelfs sinds oktober vorig jaar op de lijst van immaterieel erfgoed, net als het broodje kaas en het Sinterklaasfeest. Toch ligt de oorsprong van het draaiorgel waarschijnlijk bij de Italiaan Ludovico Gaviolo, die rond 1850 in Parijs begon met het maken van straatdraaiorgels. In 1875 startte de Belg Warnies met het verhuren van orgels in Amsterdam. Zijn nakomelingen zijn nog steeds actief in het Nederlandse draaiorgelbedrijf Perlee Orgels. Dat het pierement ondanks een daling in populariteit met haar tijd meegaat, bewijst z, waarin Links Rechts van de Snollebollekes te horen is.

Drop

Nederlanders die in het buitenland wonen vragen bezoekers vrijwel altijd om drop mee te nemen. Maar ook ons heerlijke dropje komt uit het buitenland. Het hoofdbestanddeel is de zoethoutwortel en die werd al in de tijd van de Grieken en Romeinen gebruikt als medicijn tegen maagklachten en hoest. In het graf van farao Toetanchamon zijn grote hoeveelheden zoethout  aangetroffen. Begin zeventienhonderd slaagde een Italiaan er voor het eerst in om het sap van de zoethoutwortel tot blokdrop te verwerken. Zo’n vijftig jaar later maakte de apotheker George Dunhill de eerste dropartikelen en verkocht die tegen infecties, maagzweren en verkoudheid. Later voegde hij suiker aan het recept toe, waardoor het een lekkernij werd. Hoe drop in ons land terecht is gekomen is niet bekend. We schijnen trouwens met zijn allen ruim dertig miljoen kilo drop per jaar te eten.

Klompen

De wooden shoes staan altijd in het rijtje dat toeristen opnoemen als het om Hollandse producten gaat. Toch wijzen sporen naar Frankrijk, waar de sabots volgens kenners uitgevonden zijn. Dat klompen in Nederland populair zijn en waren is verklaarbaar. Ze zijn erg geschikt voor modderige grond, waardoor het schoeisel veel gedragen werd door boeren. In andere landen stapte men over op leren schoenen zodra die betaalbaar waren. Ooit  telde ons land zo’n driehonderd klompenmakers. Inmiddels zijn ze op één hand te tellen. Klompen worden vooral door toeristen gekocht, al zijn er nog genoeg Hollandse fans.

Aardappelen

Nu het winter is, eten we volop stamppot. De basis daarvan zijn aardappelen, die ook al niet uit Nederland komen. De aardappel werd namelijk vanuit Zuid-Amerika naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers, ergens in de zestiende eeuw. Monniken zorgden vervolgens voor de verspreiding vanuit Spanje door de plant in hun kloostertuinen te planten. Aanvankelijk werden plant en knollen vooral gezien als varkensvoer of eten voor gevangenen. Omdat de stengels en bessen giftig zijn, vertrouwde men ook de knollen niet. Pas vanaf de achttiende eeuw begon ook de bevolking steeds meer aardappelen te eten. Waarom we er uiteindelijk mee zijn gaan stampen is niet bekend.

Windmolens

De eerste windmolens stonden niet in Kinderdijk, maar in China. Daar maalden ze graan tot meel. In ons land hielpen molens bij het wegpompen van water uit de polders of om hout te zagen. Over Europa verspreid stonden waarschijnlijk tweehonderdduizend exemplaren, waarvan negenduizend hier. Het was dus aanvankelijk geen typisch Nederlands tafereel, een windmolen in het landschap. Alleen hebben wij ze langer gebruikt dan andere landen én werd de historische waarde ervan ingezien. Daardoor staan er in Nederland nog relatief veel.

Wat dan wel typische Nederlandse uitvindingen zijn? De microscoop, de onderzeeboot, de ECG, het casettebandje en de CD, vierwielaandrijving, de flitspaal, Bluetooth en Wifi. Daar mogen we zeker trots op zijn, maar de eer voor de klomp en de drop, die verdienen we niet.

Bron: Around the Globe, Quest, Wikipedia, Zolistig

Geschreven door: Boukje Wiersma

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook