close
  • dinsdag 17 september
Buitenleven

Moestuinverhalen V: In de bonen!

Moestuinverhalen V: In de bonen!

Redacteur Hillie neemt ons iedere week mee in haar moestuin-werkzaamheden. Vandaag alweer deel 5.

Verse boontjes zijn heerlijk. Sappig en knapperig en niet draderig. Tenminste, als je ze op tijd oogst. Voor mij is het een onmisbare groente in de moestuin. De bonen zijn makkelijk te telen en de opbrengst is altijd prima. Daarbij is het een mooi gezicht: grote groene bladeren met prachtige witte bloemetjes. Wij telen ook pronkbonen en die bloeien mooi rood. Een vrolijk gezicht!

Moeizaam begin

Dit jaar was het voortraject om de bonenstaken te plaatsen een lastig karwei. Het kolenhok waarover ik vorig week vertelde stond op de plaats waar we dit jaar de bonenstaken hebben geplaatst. Toen de winter inviel hebben we geen onkruid meer gewied. Nou dat was te merken!  Het kostte bloed, zweet en tranen om het veldje zaaiklaar te maken. Dit jaar moet het dus anders met het kolenhok. Een leermomentje.

Traditionele staken

Vorige week was het dan zover. Veldje klaar en de bonenstaken geplaatst. Dat kan trouwens op verschillende manieren. Zoals je op de foto ziet kiezen wij voor de traditionele wijze. Zorg voor een stevige stellage, die de planten goed kan dragen en bestand is tegen harde wind. De bonen zijn inmiddels gezaaid. Dit jaar: sperziebonen, spekbonen en pronkbonen. Je kunt ook kiezen voor stambonen, dit zijn bonen die laag blijven en groeien als struikjes. Wij kiezen voor stokbonen, deze klimmende bonen hebben wel klimhulp nodig, vandaar de bonenstaken. Het voordeel van stokbonen is dat dat ze meer opbrengen. Komt natuurlijk door alle ruimte die ze hebben. Stokbonen groeien over de hele lengte van de stok en daardoor heb je veel meer bonen. Een ander voordeel is dat de planten makkelijker opdrogen na een regenbui.

Een nadeel van stokbonen is dat je een korte periode hebt voor het zaaien. De oogst start later dan bij stambonen, want de plant heeft eerst energie nodig voor het klimmen. Ze kunnen erg lang worden, ze halen zo drie meter of meer! Bonen houden van warmte, zaai daarom tussen begin mei en uiterlijk half juli. Tip: laat de bonen niet te groot worden en oogst zoveel mogelijk. Je zult zien dat er dan weer nieuwe bonen aan dezelfde planten blijven doorgroeien, zo verleng je de oogsttijd.

Variatie

Ook in kleur en smaak variëren de bonenrassen. Er zijn echt heel veel soorten. In onze moestuin staan ook nog tuinbonen, bruine bonen, woudbonen, kievitsbonen en kapucijners. Door het warme weer zitten er helaas al boonluizen op de tuinbonen. Grr! Hoe ik dat aan ga pakken vertel ik volgende week!

 

Geschreven door: Hillie Weistra

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook