close
  • donderdag 25 april
Wonen

Tips voor een vogelvriendelijke tuin

Tips voor een vogelvriendelijke tuin

Vogels maken graag gebruik van tuinen. Met een paar goede tips help je de vogels en doe je tegelijkertijd iets voor jezelf. Want al die gevederde bezoekers zorgen voor een hoop bedrijvigheid. Groot hoeft je tuin niet te zijn. Ook een balkon of klein stadstuintje kun je omtoveren in een vogelparadijs. 

De basisregels zijn heel simpel: vogels zoeken beschutting bij gevaar en om te broeden, dus er moeten verstopplekjes zijn. Verder hebben ze (katvrije) uitkijkposten nodig, zoals een boom, een pergola of een schutting. Daarnaast is het een voorwaarde dat ze iets te eten kunnen vinden. Insecten bijvoorbeeld. Een insectvriendelijke tuin zorgt er automatisch voor dat er ook veel vogels op bezoek zullen komen. Gezellig, helemaal in het broedseizoen, maar ook nuttig. Want ze zorgen door het opeten van insecten voor een natuurlijk evenwicht.

We geven hier en paar tips voor het aanleggen van een vogelvriendelijke tuin. Een aantal kun je in het klein toepassen op een balkon. Zet bijvoorbeeld besdragende struiken in bakken en kies voor vaste planten die insecten aantrekken. Als de afscheiding met de buren er geschikt voor is, laat er dan een klimplant tegenaan groeien, waarin vogels beschutting kunnen zoeken. Plaats verder een waterschaal, een voederplank en een nestkastje.

Haag

merelIn veel tuinen worden schuttingen en tuinschermen gebruikt als erfscheiding. Maar een haag is een prachtig groen alternatief en vogels gebruiken hagen voor beschutting, om er een nestje in te bouwen en voor het zoeken van bessen. Voordeel voor jou: hagen vangen fijnstof op en dat is met alle houtkachels van tegenwoordig geen overbodige luxe. Je kunt voor één bepaalde soort kiezen, zoals bijvoorbeeld de conifeer, of meerdere planten door elkaar mengen. De groenling houdt erg van de lijsterbes, de bottelroos en de meidoorn. Maar ook vuurdoorn, hulst en hazelaar zijn erg geschikt. Hoe dichter de haag, hoe waarschijnlijker het is dat mussen erin gaan broeden. Het puttertje zal je dankbaar zijn voor de kogeldistel en de kaardebol. Kies je toch voor een schutting, plaats er dan klimop of leifruitbomen voor.

Bomen en struiken

Bomen bieden uitzicht, bescherming en voedsel aan vogels. Daarnaast kunnen ze er nesten in maken. Je maakt kans op een bezoek van de merel, de zanglijster, de boomkruiper, de boomklever en misschien zelfs op een gaai of bonte specht. Er zijn heel veel mogelijkheden en je keuze hangt natuurlijk erg af van de grootte van je tuin. We noemen er een paar: appelboom, moerbeiboom, krentenboompje en lijsterbes. Ook struiken, al dan niet in een haag, bieden vogels een schuilplaats en voedsel. Denk daarbij aan rozenbottel, duindoorn, kardinaalsmuts, roos en jeneverbes.

Planten

Kies je planten waar insecten als bijen, rupsen en vliegen op afkomen, dan lok je ook vogels, want dat zijn allemaal lekkere hapjes. Ook de zaden van planten zijn vogelvoer. En omdat insectvriendelijke planten vaak erg mooie bloemen hebben, is het voor jou net zo goed genieten.

Voeren

In de winter hebben veel mensen in hun tuin voederplekjes voor vogels. Een voedertafel, vetbollen, zelfgemaakte pindakettingen (leuk om met kinderen te maken!) of een vogeltaart met vet, noten en pinda’s. Koolmeesjes, pimpelmeesjes, vinkjes en andere vogeltjes zijn er dankbaar voor, want op die manier krijgen ze een veelzijdig menu. Gewelde krenten en rozijnen, fruit en klokhuizen zijn ook prima voedsel, onder andere voor de merel, de zanglijster en de koperwiek. Het winterkoninkje en het roodborstje maak je blij met broodkruimels (niet teveel want er zit zout in), meelwormen en ongekookte havermout. Strooi ook eens wat voer op de grond of onder de struikjes, voor de wat schuwere soorten.

merel neemt badWil je de vogels van water voorzien, zet dan een platte, brede schaal met koud water neer. Met een beetje geluk kun je dan ook nog van het vrolijke badritueel genieten!

Ook in de rest van het jaar kun je vogels best bijvoeren. Het zijn verstandige eters en ze leven nooit alleen van het voer dat jij aanbiedt. Let wel op een paar dingen: zorg dat strooivoer niet te lang blijft liggen, want dan kan het bederven of ongedierte aantrekken. Vetbollen kun je beter niet in de felle zon hangen en haal ze uit het netje, daar kunnen vogels in verstrikt raken. Een leuke tip is om een vetbol in een garde op te hangen, dat staat superleuk! Geef geen producten met zout, gekookte etensresten, melk of  boter/margarine. Kraaien en meeuwen houd je weg door een stukje gaas over het voedsel te zetten.

Nestkastjes

nestkastjeWie wel eens een broedend vogelpaar in de tuin heeft gehad, weet wat een prachtig schouwspel dat is. Het aanvliegen met takjes voor het maken van het nest, de spanning van wanneer de eieren uitkomen en daarna het voedertafereel. Met een nestkastje is de kans groter dat je het vogelleven van dichtbij kunt meemaken. Een nestkast moet op een veilige plek hangen. Er zijn heel veel verschillende soorten. Je kunt er ook zelf één maken met je (klein)kinderen. Voor boomkruipers zijn speciale nestkastjes te koop. Die zijn driehoekig van vorm en lijken wel een beetje op een spleet in een boom. Heb je een appelboom, dan is dat een ideale plek om het kastje in op te hangen. Ook de boomklever zal zich erin thuis voelen. Er zijn niet alleen vogelhuisjes te koop, maar ook andere varianten. Zoals de inbouwsteen bijvoorbeeld, waar de gierzwaluw een nestje kan bouwen.

In een flits en met fluitende roep zie en hoor je hem voorbijkomen: de ijsvogel. Het zijn prachtige dieren, in onmiskenbaar blauw en oranje. Ze zitten vaak op een laaghangende tak boven het water te loeren naar visjes. Heb je een ruime tuin met een grote vijver, dan is het het proberen waard om een speciale ijsvogelnestkast in te graven aan de oever van het water.

Niet al te keurig

In de tuin werken is voor velen een ontspannende bezigheid. Maar als je vogels wilt aantrekken moet je je tuin niet te netjes maken. Vogels zijn namelijk dol op scharrelhoekjes. Laat blaadjes onder struiken gewoon liggen of hark ze in de borders. Er zitten veel insecten tussen. Zaadeters zijn dol op uitgebloeide planten, dus laat die zo lang mogelijk staan. Struiken kun je het beste tegen het voorjaar snoeien, omdat het belangrijke schuilplaatsen voor vogels zijn.

Snoeihout en afgevallen takken kun je gebruiken voor een takkenril, een soort muur van takken. Ook ideaal als erfafscheiding. In een takkenril zitten vogels als het roodborstje beschut, maar ook andere dieren zoals egels vinden het een fijne plek. Ook leuk: bind oude takken van ongeveer een meter lengte zonder zijtakjes bij elkaar met een touwtje. Als je de takkenbos onder een afdakje ophangt, bouwt een winterkoninkje er misschien wel een nestje in.

roodborstjeEn dan nog dit:

 

 

Geschreven door: Boukje Wiersma

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook